Hoeveel geld krijgen asielzoekers in Nederland?

Een asielzoeker krijgt bij aankomst onderdak, maaltijden en zaken zoals toiletartikelen en wasmiddel. Tijdens de asielprocedure ontvangt een asielzoeker maximaal ongeveer € 59 per week voor eten, kleding en zakgeld voor andere uitgaven. Het bedrag hangt onder meer af van de fase van de asielprocedure waarin de asielzoeker zich bevindt.

Zakgeld voor asielzoeker

Het zakgeld is € 12,95 per week. Dat geldt ook voor kinderen. Dit bedrag is bedoeld voor de aanschaf van kleding , toiletartikelen en andere persoonlijke uitgaven. Het geld voor de kinderen wordt aan de ouders uitbetaald.

Eetgeld voor asielzoeker

Het eetgeld is afhankelijk van leeftijd en de gezinssamenstelling. In 2019 krijgt een alleenstaande asielzoeker € 45,92 voor voeding per week. Een gezin met 2 kinderen ontvangt ongeveer € 117,04 per week.

Woont een asielzoeker in een opvangcentrum waar hij niet zelf voor de (warme) hoofdmaaltijd hoeft te zorgen? Dan krijgt hij een lagere vergoeding voor eten. Een alleenstaande krijgt dan € 30,59 per week, een gezin met 2 kinderen ongeveer € 75,46 per week.

De bedragen zijn gebaseerd op normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

Eenmalige vergoedingen voor asielzoeker

Ook kan een asielzoeker eenmalige vergoedingen krijgen. Bijvoorbeeld voor:

  • keukenspullen om zelf te kunnen koken;
  • reiskosten voor de asielprocedure, bezoek aan medische zorg, onderwijs;
  • uitvoeren van (vrijwillige) werkzaamheden, zoals onderhoud van gebouwen;
  • schoolkosten van leerplichtige kinderen.

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zorgt voor de vergoedingen. 

Gezondheidszorg asielzoeker

Het COA sluit een zorgverzekering af voor de gezondheidszorg voor asielzoekers. Omdat ze meestal weinig geld hebben, hoeven ze geen eigen bijdrage te betalen. Ook geldt voor hen geen eigen risico.

Huisvesting vergunninghouders

Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben ontvangen (vergunninghouders) verhuizen naar eigen woonruimte. De taak om deze vergunninghouders te huisvesten ligt bij de gemeenten. Een vergunninghouder verhuist zo snel mogelijk na het krijgen van een verblijfsvergunning.

Helaas hebben de gemeenten op dit moment in de meeste gevallen niet direct een woning beschikbaar. Vergunninghouders krijgen daarom ook de mogelijkheid gebruik te maken van onderdak bij familie of vrienden via de logeerregeling. Zo kan bovendien de doorstroom van de azc's worden vergroot.

Huisvesting door gemeenten

Elk half jaar krijgen gemeenten door het Rijk een taakstelling opgelegd voor het aantal te huisvesten vergunninghouders. Op basis daarvan koppelt het COA de vergunninghouder aan een gemeente en de gemeente zoekt vervolgens passende woonruimte.

Soort woonruimte

Vergunninghouders komen terecht in verschillende soorten woningen, bijvoorbeeld een eengezinswoning, portiekwoning of tweekamerappartement in een dorp of stad. Voor alleenstaanden is niet-zelfstandige huisvesting ook een mogelijkheid. Zij delen dan bepaalde voorzieningen, zoals de keuken, de douche, het toilet of  de woonkamer.

Plek van huisvesting

Meestal komt een vergunninghouder te wonen in de regio waaraan een asielzoekerscentrum is gekoppeld. Soms gaat een vergunninghouder buiten de regio wonen. Bijvoorbeeld als de vergunninghouder eerstegraads familie (ouders, kinderen) of een partner heeft in een andere regio. Of als de vergunninghouder een opleiding volgt of werk heeft in een andere gemeente. Tot slot kan een medische behandeling die nergens anders kan plaatsvinden een reden zijn om een vergunninghouder in een andere regio te huisvesten.

Acceptatie woning

De vergunninghouder is verplicht het aanbod van een woning van een gemeente te accepteren. Met het krijgen van een verblijfsvergunning vervalt het recht op opvang.

Voorlichting

Het COA zorgt voor de begeleiding en voorlichting van vergunninghouders zolang zij in een asielzoekerscentrum wonen. Zij krijgen een programma aangeboden dat bestaat uit lessen over de Nederlandse samenleving, taallessen en individuele gesprekken.

Tijdsduur huisvesting vanuit asielzoekerscentrum

Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, heeft het COA 2 weken de tijd om de vergunninghouder aan een gemeente te koppelen. Hiervoor heeft het COA bovenstaande informatie van de vergunninghouder opgehaald. Gemeenten hebben gemiddeld 10 weken de tijd om woonruimte te vinden en de verhuizing te regelen. Dit is een gemiddelde. Het duurt voor sommige vergunninghouders daarom langer voor ze een woning aangeboden krijgen.  

Voor woonruimte maken gemeenten vooral gebruik van het aanbod van sociale huurwoningen van woningcorporaties. Nadat een woning is gevonden heeft de vergunninghouder 2 weken de tijd om daadwerkelijk te verhuizen. Zij gebruiken deze tijd onder andere om hun woning in te richten.

Logeerregeling

Vergunninghouders die nog in een AZC wachten op permanente woonruimte vanuit de gemeente, mogen zelf voor een tijdelijk verblijfadres zorgen. Dit mag maximaal 3 maanden, bijvoorbeeld bij vrienden of familie. De vergunninghouder krijgt daarvoor een vergoeding. Gemeenten regelen dit via een logeerregeling.

Asielzoekers krijgen tot 10.000 euro voor inrichten nieuw huis

Er blijken grote verschillen te bestaan in de bedragen die gemeenten uitbetalen aan asielzoekers met eenerblijfsvergunning, om hun nieuwe woningen mee in te richten. Ook de regels die aan de toelagen zijn verbonden, zijn per gemeente totaal verschillend.

Nadat een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, is het de taak van Nederlandse gemeenten om een huis voor hem of haar te zoeken. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bepalen van het zogenaamde ‘inrichtingsbudget’. Uit onderzoek van het Brabants Dagblad blijkt dat in de provincie Noord-Brabant de verschillen tussen gemeenten groot zijn.

Een asielgezin met twee kinderen krijgt in Oisterwijk 10.000 euro om de inboedel voor een nieuwe woning aan te schaffen, terwijl de gemeente Boekel 3.500 euro als norm hanteert. Bovendien is de toelage van de gemeente Oisterwijk een gift en is het in Boekel een lening.

Boekel staat onderaan de lijst. Een woordvoerder van de gemeente zegt dat de 3.500 euro voldoende is om een huis in te richten met tweedehands spullen. ‘Ook houden we er rekening mee dat mensen de lening wel terug kúnnen betalen.’

Ver uit elkaar
Ook in de rest van Nederland liggen de bedragen ver uit elkaar. De gemeente Barneveld schrijft op haar website dat statushouders in aanmerking komen voor een toelage van 6.000 euro, waarvan de helft een lening is. Het Groningse Marum geeft bijna 2.700 euro als gift aan statushouders.

In Woudrichem loopt dit bedrag op tot 7.500 euro en zijn de regels erg soepel. De gemeente schrijft zelf dat het geld ook mag worden gebruikt voor de aanschaf van een fiets of een computer, en dat bonnetjes niet hoeven te worden bewaard.

In Rotterdam werd al in 2011 geprobeerd het bedrag flink omlaag te krijgen. Het college schreef dat ‘het niet in deze tijd past niet om hoge bedragen te hanteren voor inrichtingskosten en het uitgangsprincipe dat klanten altijd over een nieuwe inrichting moeten beschikken’. Destijds lag het inrichtingsbudget rond de 2.200 euro (een volledige lening).

Er is nog geen nationaal overzicht van de precieze bedragen die gemeenten uitbetalen of lenen aan nieuwe statushouders.

 

Bronnen: Rijksoverheid, COA, Elsevier.

OrbanTheBest,

19-11-2019

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.